 |
 |
-
Op deze bladzij wordt een aantal citaten en meningen over
poëzie gepresenteerd. De citaten zijn herkenbaar aan de bronvermelding. De
andere teksten zijn overwegingen van mijn hand. Overwegingen bij het
schrijven (en lezen) van poëzie, een zoektocht die nog volop gaande is.
Reacties zijn welkom, en lopen het risico
(anoniem) een plek op dit prikbord te verwerven.
HOME
|
 |
 |
 |
 |
-
Een gedicht is een ding van taal. Niet van
emoties.
-
Esther Jansma
|
 |
 |
 |
 |
-
"Op gezette tijden krijg ik het bericht dat er iets uit wil.
Als deze wens langdurig wordt gefrustreerd, begin ik op een koe te lijken die
niet gemolken wordt. Een zacht en klaaglijk loeien neemt een aanvang. Mijn
omgeving noemt het ongedurigheid, ook wel chagrin. Pas als er een beeld is, of
een regel, dat (die) werkt, te herkennen aan een gevoel van honger, of, beter
nog, verliefdheid, is er kans op een gedicht."
-
Robert Anker in ‘Olifant achter blok’
|
 |
 |
 |
 |
-
Het is duidelijk dat het scheppingsproces voor de moderne
dichter nooit kan bestaan uit de verwoording van pre-existente ideeën.
Alleen in de daad van het dichten komt de dichter inzichten op het spoor die
hij daarvoor niet had.
-
Robert Anker in ‘Olifant achter blok’
|
 |
 |
|
 |
 |
-
“De emotie die er in poëzie toe doet is niet de emotie
waaruit het gedicht ontstaat, maar de emotie die door het
gedicht gemaakt wordt.”
-
Hugo Brems in ‘De dichter is een koe’.
|
 |
 |
 |
 |
-
“Het
is als met een gedicht. Een korte periode denk je aan niets anders. ’s
Nachts schiet je wakker met een bruikbaar woord in je hoofd. Terwijl je op
straat loopt vorm je een zin. Iemand praat tegen je aan, in je ontstaat een
beeld. Je leeft in een gloed, maar als het gedicht voltooid is dooft die
gloed. Het gedicht is op zijn mooist als het op weg naar af is.”
-
Remco Campert in ‘Als in een droom'.
|
 |
 |
 |
 |
-
"Robert Graves heeft in The White Goddess (1948) een
messcherp criterium voorgesteld: ‘Echt grote poëzie veroorzaakt een
huivering waarvan je haren recht overeind gaan staan.’ Oftewel: Kippevel:
goede poëzie. Geen kippevel: pulp. Maar misschien is het beter om de test
wat te verruimen. Een goed gedicht herkent men dan aan het feit dat er een
fysieke reactie optreedt: een wee gevoel in de maagstreek, een brok in de
keel, een onbedwingbare neiging tot zuchten, hoesten of niezen, een
verhoogde hartslag, een blos.”
-
Piet Gerbrandy in De Volkskrant, november 2006
|
 |
 |
|
 |
 |
-
"Poëzie stelt vragen. De poëzie die mij het liefst is, is
begrijpelijk en stelt desondanks vragen. Onbegrijpelijke poëzie stelt valse
vragen, stelt hoofdzakelijk de vraag: 'wat betekent dit allemaal?' Na veel
moeite blijkt het antwoord meestal: 'niets'.
-
Goede poëzie stelt juist vragen die ik perfect begrijp, maar
waarop ik geen antwoord weet. Met dat niet-weten kan ik uren bezig zijn."
-
Herman de Coninck in 'Intimiteit onder de melkweg'
|
 |
 |
 |
 |
-
Wie wat vindt heeft slecht gezocht.
-
Rutger Kopland
|
 |
 |
 |
 |
-
“Je
wordt schrijver omdat het contact tussen je ik en de wereld op een gegeven
moment is verstoord. je probeert het te herstellen door de syntaxis verband
te laten leggen tussen subject en object.”
-
Jan Jesper Grøndahl in 'Piazza Bucarest'..
|
 |
 |
 |
 |
-
"Poëzie gaf mij de mogelijkheid om mijzelf en anderen te
verduidelijken wat mij bewoog, wat er in mij leefde. Ik had de behoefte om
mijzelf op een andere manier aan de wereld te tonen dan ik in het dagelijkse
leven deed. Kennelijk was ik niet in staat om mijzelf op een vergelijkbare
manier als in de poëzie bloot te geven aan anderen; om mijzelf te leren
kennen en te laten kennen."
-
Rutger Kopland – interview in Meander door Sander de Vaan
maart 2007
|
 |
 |
 |
 |
-
"Ik vind het niet
erg om een aardige roman te lezen, die verdrijft tenminste nog op een aangename
wijze de tijd, maar aan een aardig gedicht heb je niets. Een goed gedicht,
daarentegen, gaat zeker boven een goede roman, om van een geweldig gedicht nog
maar te zwijgen."
-
Mark Boog – interview in Meander
|
 |
 |
|
|