-
-
-
DE REGELS VAN HET SPEL
-
-
Mijn buurmeisje wist het
altijd beter
-
bij het hinkelen of gewoon
in het spel:
-
“Hier moet je wachten, en
daarna draaien,”
-
als ik langer meedeed
begreep ik het wel.
-
-
Maar voor ik het wist was
zij weer verder:
-
“Dan ben jij de koning en
ik de prinses.”
-
En terwijl ik langzaam,
statig rondschreed
-
bleek ik een bediende en
zij danseres.
-
-
Sindsdien ging ik beter
luisteren
-
op de sportclub, op het
koor –
-
zocht ik naarstig naar de
code.
-
-
Toch blijk ik steeds weer
uit de mode,
-
hoor haar tussen de regels
fluisteren:
-
“Heb je het nu nóg niet
door?”
|