|
|
-
-
- HET GEHEUGEN EEN
PARKEERPLAATS
-
- Zoals ik mijn auto
neerzette
- op een uithoek van
het terrein,
- ingeklemd tussen
een zwarte Volvo
- en een
zilverkleurige Honda,
- hoe ik me zonder
omdraaien
- het gebouw in
haastte.
-
- Zoals ik de hele
dag werkte
- en tussen de
bedrijven door
- geen moment dacht
aan mijn auto
- die geduldig
wachtte op de plaats
- waar ik hem had
achtergelaten,
- hoe hij daar
onveranderlijk stond.
-
- Zoals ik bij de
eerste stap naar buiten
- geruisloos
terugstapte in de tijd,
- hoe de herinnering
aan die dikke Volvo
- en de
scheefgeparkeerde Honda
- me direct weer
scherp voor ogen,
- ik zonder dralen
de plek weer vond.
-
- Konden zo al mijn
herinneringen
- maar sluimeren en
slapen
- als een hond in
zijn mand,
- en hun oren
spitsen zodra
- mijn voetstappen
op het grind,
- als een sleutel in
het slot steekt.
|
|
 |
|
© Eric van
Loo |
|