|
|
-
-
-
HET MOMENT VOOR JE IETS
ZEGT
-
-
Je zit aan een tafeltje in
het café.
-
Iedereen zegt iets, heeft
een mening
-
maar jij zoekt nog naar
woorden.
-
Je ogen lichten op, er is
-
het begin van een gebaar.
-
Ontelbare kleine signalen
-
gaan je woorden vooraf in
het
-
moment voor je iets zegt.
-
-
Ik zit aan een tafeltje
ergens binnen.
-
Iedereen leest of praat,
-
een enkeling luistert.
-
En ik weet dat ik iets wil
schrijven,
-
iets dat jij ooit leest.
-
-
Zoals de straten in de stad
-
vlak voordat de bui
losbarst.
-
De mensen zijn nog druk
doende,
-
maar de vogels houden op
met zingen
-
en het licht is veranderd
-
voor wie het maar wil zien.
-
-
Ik houd van dat moment
-
en van dit moment, dit
moment.
|
|

|
|
© Eric van
Loo |
|
 |
-
-
-
-
Recensie van Karel Wasch in
Boekwinkeltjes Magazine
2008-4 p14/15:
-
- "Iedereen kent
dat wel. Er gaat iets vooraf aan het moment, dat je iets zegt. Dat is bijna
een magisch moment. Wat gaat er gebeuren? Is er ook maar iets te herkennen
van wat gaat komen? Hebben we kleine gebaren of grimassen gemist? De
hoofdpersoon van het eerste gedicht van Eric van Loo zit aan een tafeltje en
hij kijkt naar iemand (een vrouw?). Zij wil iets gaan zeggen, ze 'zoekt nog
naar woorden', haar 'ogen lichten op'. Vreemd, dat kennen we allemaal, maar
we letten er niet genoeg op. De hoofdpersoon wel. Hij observeert en is geen
voyeur. Hij ziet 'ontelbare kleine signalen', die vooraf gaan aan de woorden
van de vrouw. Het omringende gezelschap heeft al een mening. Dat schept een
krachtige tegenstelling, die we ook kennen. Sommige mensen 'weten het al'.
Andere mensen zijn beschouwend, soms ook daardoor wijzer. Ook in de tweede
strofe gebruikt Eric van Loo een mooie tegenstelling. Hij zit binnen, het
gezelschap met de vrouw zit buiten. Hij kan rustig observeren, zij moeten
praten. Hij kan overpeinzen, mijmeren, zij moeten aan de bak! Hij wil haar
iets schrijven, maar is zo overweldigd door het momentum dat woorden
eigenlijk tekort schieten. Hij beschrijft in de derde strofe, wat hij zou
willen schrijven, maar het blijven metaforen zoals 'de straten in de stad
voordat de bui losbarst'. En dan komt hij nog dichter in de buurt: 'het
licht is veranderd voor wie het maar wil zien'. Er zijn kennelijk meer
mensen, die het niet zien. Hij weet dat de vrouw en hij behoren tot de
mensen, die het wel zouden zien. Hij besluit te houden van dat moment en
schrijft er alvast nog maar een paar op: 'en van dit moment, dit moment'.
Misschien schrijft hij niets aan de vrouw, maar bewaart hij aan dit moment
een prachtige herinnering in de wetenschap dat er een geestverwant op aarde
rondloopt."
-
-
-
-
|
|
 |
|