-
-
-
IDENTITEIT
-
-
Wie hier wonen wil moet weten
-
hoe voor elke druppel een naam is.
-
Hebben Eskimo’s vijftig woorden
-
voor sneeuw, wij kennen
-
er honderd voor regen.
-
-
Begin met oefenen op een mistige
-
novembermorgen wanneer de bomen
-
en koeien lijken te zweven.
-
Van grondmist naar motregen
-
is voor ons een miezerige stap –
-
a giant leap for a stranger.
-
-
Voel het verschil met een mals
-
lentebuitje, een najaarsstorm,
-
stromende regen, pijpenstelen.
-
Zelfs als men zijn paraplu dichtklapt
-
spettert het nog.
-
-
Zolang het weer verandert
-
zitten wij nooit om woorden verlegen.
-
Het is de kunst van het mopperen
-
op de wisselvalligheid van het bestaan.
-
Op de nieuwkomers.
-
En op het weer.
|