een lege tafel - nieuwe gedichten - gedachten over poëzie - een plek om aan te schuiven
 
 

 

 volgend gedicht

home

 
 
IDENTITEIT
 
Wie hier wonen wil moet weten
hoe voor elke druppel een naam is.
Hebben Eskimo’s vijftig woorden
voor sneeuw, wij kennen
er honderd voor regen.
 
Begin met oefenen op een mistige
novembermorgen wanneer de bomen
en koeien lijken te zweven.
Van grondmist naar motregen
is voor ons een miezerige stap –
a giant leap for a stranger.
 
Voel het verschil met een mals
lentebuitje, een najaarsstorm,
stromende regen, pijpenstelen.
Zelfs als men zijn paraplu dichtklapt
spettert het nog.
 
Zolang het weer verandert
zitten wij nooit om woorden verlegen.
Het is de kunst van het mopperen
op de wisselvalligheid van het bestaan.
Op de nieuwkomers.
En op het weer.

 

 

 

© Eric van Loo

 

Dit gedicht is geplaatst in nummer 49 (maart 2008) van het literaire tijdschrift Krakatau.