-
-
- DE KEERZIJDE
-
- Ieder lichaam kent
zijn onontgonnen
- gebieden. Plekken
waar de zon weinig
- komt, waar men
zijn licht niet laat schijnen.
-
- Neem nu de rug.
Die grote vlakte
- waarvan men het
bestaan vermoedt,
- maar naar kleur of
haartjes slechts kan gissen.
-
- Uit betrouwbare
bron bereiken mij soms berichten
- van moedervlekken,
puistjes, oneffenheden.
- Toch kennen mijn
handen de weg er niet.
-
- Alleen als ik de
handdoek stevig
- straktrek tussen
twee handen
- kan ik iets met
mijn rug beginnen.
-
- Nu vraag je mij:
wat is er achter de rug?
- In mijn buik
verzamelt zich alles
- wat ik heb
gekauwd, geleerd, verteerd.
-
- Hoe kan ik dan
weten wat buiten
- bereik is, wie
houdt mij een spiegel voor?
- Er is niets achter
de rug.
|