-
-
- RIJPING
-
- Ik heb een regel
geschreven
- die ik bewaar voor
later.
- Onderin de eiken
kast,
- in het kleinste
laatje
-
- laat ik de woorden
rusten.
- Er is nog niemand
die ze
- heeft bedacht,
laat staan
- weegt of wil
verwerpen.
-
- Maar als ik 's
avonds
- de kaarsen
aansteek
- is niets meer
hetzelfde.
-
- Mijn schrift
blijft leeg
- en de kast begint
- zachtjes te
glimmen.
|