-
-
-
T’AI CHI
-
-
Ik zag vier mannen
samenkomen
-
op een veldje aan de rand
van de wijk.
-
Ze gingen staan, geworteld
als bomen,
-
het late licht binnen
handbereik.
-
-
Ik kon hun lome bewegingen
horen,
-
onzichtbare was werd aan
lijnen gehangen,
-
onzichtbare vogels bij hun
staart gevangen.
-
En het werd stil, als nooit
tevoren.
-
-
Alles draait om het juiste
moment.
-
Ergens op de grens van dag
en nacht
-
viel de sluier van de maan.
-
-
Alles draait om het juiste
moment.
-
Het gaat niet om snelheid,
het gaat niet om kracht.
-
En toch trilt de aarde
in haar baan.
|