-
-
-
EEN MIDDAG AAN HET STRAND
-
-
Vandaag las ik aan zee
-
drie gedichten.
-
-
Het eerste over
oneindigheid,
-
over de immense vlakte
-
waarachter de zee zich had
verschanst.
-
Ik hoorde het terug
-
in het krijsen van de
meeuwen
-
boven de weidsheid van dit
strand.
-
-
Het tweede handelde over
herhaling,
-
over de kleine stroompjes
in het zand
-
waarlangs het water
terugvloeit.
-
Over de opkomende vloed,
die deze
-
fijne vertakkingen weer
uitwist.
-
Over de nieuwe stroompjes
-
wanneer de vloed zich
terugtrok.
-
De middag was te kort
-
om dit volledig te
begrijpen.
-
-
Het derde bleef lang
raadselachtig,
-
regels onder het zand
bedolven
-
verhaalde het van overgave,
-
van schelpen willoos op het
strand geworpen.
-
Van de zwemmer die geen
doel meer weet
-
dan de zachte deining van
de golven.
-
-
Vandaag las ik aan zee
-
drie gedichten.
|