-
-
-
PODIUM
-
-
De niet meer zo jonge dichter
-
keek rokerig om zich heen.
-
Zijn ogen zochten naar een
-
beeldspraak die de kale avond
-
kon keren.
-
Had dan niemand gehoord
-
hoe zijn rijm versprong,
-
hoe hij de taal zijn wil
-
oplegde, zijn gedachten het vers
-
moeiteloos voorbleven?
-
-
Iemand spreekt hem aan,
-
zijn rechterhand trilt.
-
Niet om het bier, niet om
-
de uitgestelde sigaret.
-
Inspiratie! Het trillende
-
verlangen naar een pen om
-
wat nu voorbijzweeft te
-
beschrijven.
-
-
Rusteloos roofdier
-
slaat hij blad na blad,
-
zijn betraliede blik rust
-
op een spiegel.
|