 |
|
ouder worden
in de poëzie - dichters over de ouderdom - werk van oudere dichters
|
|
|
|
|
-
-
-
GENESIS
-
-
Oud worden is het eindelijk vermogen
-
ver af te zijn van plannen en getallen;
-
een eindelijke verheldering van ogen
-
voordat het donker van de nacht gaat vallen.
-
-
Het is een opengaan van vergezichten,
-
een bìjna van gehavendheid genezen;
-
een aan de rand der tijdeloosheid wezen.
-
Of in de avond gij de zee ziet lichten.
-
-
Het is, allengs, een onomstotelijk weten
-
dat gij vernieuwd zult wezen en herschapen
-
wanneer men van u schrijven zal: 'ontslapen'.
-
Wanneer uw naam op aarde is vergeten.
|
|
 |
|
Ida Gerhardt
uit: ‘Het sterreschip’
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1979
commentaar
|
|
|
|
|
 |
 |
-
In zekere zin is dit het ultieme gedicht over
de ouderdom. Evenwichtig, hoopvol. Het schetst de ouderdom niet als een
neergang, maar als een verandering. De materiële zaken (“plannen en
getallen”, de waan van de dag) komen op de achtergrond, en er komt meer
ruimte voor inzicht, voor beschouwing. Mooi is de “verheldering van
ogen”. Hoewel het gezichtsvermogen doorgaans minder wordt bij het ouder
worden, spreekt de op dat moment 74-jarige dichteres over een “opengaan
van vergezichten”.
-
Het gedicht heeft ook een wat bezwerend
karakter. Het blijft de vraag of Gerhardt een daadwerkelijke ervaring
verwoordt, of juist een intens verlangen. Een verlangen naar verlossing,
naar een opgaan in het goddelijke.
|
|
 |
|