|
|
-
-
-
HET KWIJT ZIJN VAN DINGEN
-
-
Het kwijt zijn van dingen
-
is een grootse vorm van zelfhaat.
-
-
Hoe hard alle andere dingen
-
ook roepen: “maar wíj zijn er toch?”,
-
-
je zoekt en zoekt, steeds kleiner,
-
steeds dieper begraven
-
-
onder wat je vond, terwijl het buiten
-
langzaam donker wordt.
|
|
 |
|
Ingmar Heytze
-
uit: ‘Het ging over rozen’
-
Uitgeverij Podium, 2002
-
Tevens in: 'Het beste en de
rest', Podium 2006
commentaar
|
|
|
|
|
 |
 |
-
- Bijgaand
gedicht gebruik ik graag als illustratie bij lezingen over
geheugenklachten bij ouderen en bij bijscholingen over de verschillende
typen dementie, belicht vanuit de (neuro)psychologie.
- Het gedicht laat om te beginnen
zien, dat het kwijt raken van dingen niet specifiek is voor ouderen: de
Utrechtse dichter
Ingmar Heytze schreef dit gedicht rond
zijn dertigste.
- Ook illustreert het, dat het niet
zinnig is om alleen te kijken naar wat mis gaat. Bij het omgaan met
dementerende ouderen is het essentieel om mensen in hun waarde te laten,
en hen zo veel mogelijk aan te spreken op wat zij nog wél kunnen! Om
meer aandacht te geven aan al die ‘dingen’ (bijv. oude kennis,
levenservaring, emotionele reacties) die roepen: “maar wíj zijn er toch?”
-
|
|
 |
|