 |
|
ouder worden
in de poëzie - dichters over de ouderdom - werk van oudere dichters
|
|
|
|
|
-
-
-
SCHELP
-
-
De zeeschelp in mijn hand
-
is vandaag op het strand
-
door de zee neergelegd.
-
Haar zwijgen zegt
-
dat de wereld vergaat
-
en niets bestaat
-
dan alleen de zee.
-
Alle wel en wee
-
is maar vloed en ebbe.
-
Ik wil niets meer hebben
-
en leg de schelp weer
-
neer bij de zee.
|
|
 |
|
Adriaan Roland Holst
uit: ‘Voorlopig’
Van Oorschot, 1976
commentaar
|
|
|
|
|
 |
 |
- Dit gedicht
bevat kinderlijke, maar ook zeer wijze elementen. De oude dichter loopt
langs de zee, zijn geliefkoosde plek. Als een kind dat voor het eerst op het
strand is raapt hij een schelp op. Maar als hij hem aan zijn oor houdt,
hoort hij vreemd genoeg geen ruisen. Deze stilte wijst hem op een breuk, op
de eindigheid van het bestaan. De zee trekt zich daar niets van aan en brult
door, golf na golf. En de dichter beseft, dat ook de uitersten in zijn
gemoedstoestanden elkaar slechts hebben afgewisseld als getijden. Hij beseft
de rijkdom van een leven dat vervuld is en zegt eenvoudigweg: "Ik wil niets
meer hebben". En geheel in tegenstelling tot het kind dat schelpen verzamelt
en bewaart, legt de oude man de schelp weer terug bij de zee.
|
|
 |
|