|
|
-
-
- AFDALING OP
KLAARLICHTE DAG IV
-
- Je ziet hoe het
gebeurt
- het is klaarlichte
dag – en het gebeurt
- voor je ogen zie
je hoe het lichaam
- van een man
- levend afdaalt in
de aarde.
-
- Het is heel licht,
het is van dat hevige
- verzadigde
zomer-licht waarin je weer even ziet: ja dit
- dit was het
landschap
- hemel en aarde
verbonden door grasgroene bomen.
-
- Lichaam, denk ik,
als je mijn eigen lichaam bent
- waar heb je me
gevonden
- waar breng je me
heen
- waar laat je me
gaan
-
- en wat is het in
dat hoofd van mij
- angst of
verlangen, weerzien of afscheid
- voor aarde, van
aarde, naar aarde.
|
|
|

-
Rutger Kopland
-
-
uit: ‘Over het verlangen naar het
sigaret’
-
-
Van Oorschot, 2001
-
-
beeld: Co Westerik
-
-
commentaar
|
|
|
|