|
|
-
-
-
STILLEVEN
-
-
Een winter vroeg opgestaan, hemel, hoe eerlijk
-
meelevend en lelijk is deze geboorte, huid
-
tussen binnen en buiten, schuim tussen gister
-
en later, men scheert zich zijn vader
-
-
thee zettend ontvalt men het glas, drinkend
-
verbittert de suiker, men doucht zich, kookt ei
-
poseert voor het daglicht, stilleven met eter
-
-
nu, avond, heeft men de scherven verstoken,
geluk
-
is niet te verduren, het potlood potdoof, zelfs
-
de inkt moet herschreven, traag mort de haast
-
van het maaksel toen men nog leefde -
|
|
 |
|
Gerrit Kouwenaar
uit: ‘Het bezit van een ruïne’
Querido, 2005
commentaar
|
|
|
|
|