 |
 |
- In sobere taal
schetst dit gedicht een ervaring van achteruitgang. Van verlies van
precisie, verlies van grip op de dagelijkse, complexe werkelijkheid. De
korte zinnen passen bij een schrijver, die zich eerder toelegde op haiku’s.
Korte gedichten naar Japanse stijl, veelal met een opbouw in lettergrepen
van 5-7-5. In een haiku worden observaties zo feitelijk mogelijk weergegeven
in gewone woorden, zonder gebruik van metaforen, en zonder veel emotie of
beschouwing.
- Bovenstaand gedicht bevat wel
gevoelens, zonder sentimenteel te worden. Precisie staat voorop. Het
verwoorden van de ervaren achteruitgang is paradoxaal. Je kunt je afvragen,
of iemand die zo nauwkeurig veranderingen in zijn denken en doen weet te
verwoorden hier werkelijk zoveel last van heeft. En toch kunnen die momenten
van niet-meer-weten heel bedreigend zijn. De dertiger zegt dat het hem niet
interesseert, de veertiger wijt het aan de hectiek van het bestaan als hij
een naam niet meer weet. Maar de zeventiger vreest. Want de eindigheid valt
niet meer te ontkennen.
|
|
 |
|