|
|
-
-
-
PORTRET
-
-
Ze zit daar in haar stoel
-
bij het raam. De telefoon
-
rinkelt niet, het uitzicht
-
verandert weinig van dag tot dag.
-
Verjaardagen vervagen
-
tot herinnering aan kleurige
-
slingers, aan cadeautjes die
-
zoveel groter leken in papier.
-
-
Hier hoef je niet meer te komen,
-
zal ze zeggen. Ze oefent zinnen
-
van afwijzing, een geheven kin,
-
venijn door woorden geweven.
-
Lang geleden. Vastbesloten.
-
Alles klopt. Niemand klopt meer.
|
|
|