|
|
-
-
-
WANDELING
-
-
Naar buiten, zegt ze, ja graag, even
-
een stukje lopen en dan wat nuttigen,
-
cappuccino en bitterballen. Maar eerst
-
naar de bramenstruik. Zijn ze al zwart?
-
-
Na honderd meter schuifelen en steunen
-
langs de vertrouwde rivier, de berm vol
-
onbenoembare bloemen, klinkt angstig:
-
jij weet waar we zijn, hè?
-
-
Terug, van boom naar boom, wachtend
-
tot weer op adem, is de gedachte aan
-
bramen en bitterballen lang vervlogen.
-
-
Hier is de deur, de lift, de gang, eindelijk
-
binnen, jas uit en dan de vraag: zeg,
-
ik zou zo graag even naar buiten.
-
|
|
 |
|
Peter Swanborn
uit: ‘Tot ook ik verwaai’
Podium, 2009
commentaar
|
|
|
|
|