|
|
-
-
- EEN GEDICHT
-
- Is het vandaag of
gistren, vraagt mijn moeder,
- bladstil,
gewichtloos drijvend op haar witte bed.
- Altijd vandaag,
zeg ik. Ze glimlacht vaag
- en zegt: zijn we
in Roden of Den Haag?
- Wat later: kindje
ik word veel te oud.
- Ik troost haar,
dierbare sneeuwwitte astronaut
- zo ver al van de
aarde weggedreven,
- zo moedig
uitgestapt en in de ruimte zwevend
- zonder bestek en
her en der.
- Zij zoekt - het is
een S.O.S.-
- haar herkomst en
haar zijn als kind
- en niemand
niemand, die haar vindt
- zoals zij was.
Haar Franse les
- herhaalt zij van
haar 8e jaar:
- 'bijou, chou,
croup, trou, clou, pou, où,
- die eerste
juffrouw, weet je wel
- die valse ouwe
mademoiselle
- hoe heet ze nou.
Ik ben zo moe.'
-
- Had ik je maar als
kind gekend,
- die nu mijn kind
en moeder bent.
|
|
 |
|
M. Vasalis
uit: Tirade (1974)
tevens opgenomen in:
‘De oude kustlijn’
Van Oorschot, 2002.
commentaar
|
|
|
|
|